Boulogne – Duinkerken is een mooi stuk, langs de kapen Griz Nez en Blanc Nez. Het zicht was zo glashelder dat je de kust van Engeland met de krijtrotsen van Dover vlakbij kon zien. En daartussen talloze vrachtschepen en veerboten. Het was onwerkelijk, sprookjesachtig bijna. In Duinkerken werd de cirkel rond. Drie maanden terug vertrok ik van hier naar Engeland, en nu kom ik langs de Franse kant weer terug. Wat daartussen zit is zoveel, daar heb ik een boek voor nodig om te vertellen. Het wordt steeds drukker met Nederlanders. Alsof de school is uitgegaan zoveel Hollanders met hun boten. Als ik de volgende dag weer op de motor tegen de noordenwind naar Oostende vaar is het nog erger. Ten eerste ziet het eindeloze Vlaamse strand van De Panne tot aan Heist roze van de zonnende mensen, het lijkt wel een mierenplaag.
Ik zoek een ligplaats maar alles is vol. Het licht van het Mercatordok staat op groen, dus ik ga er maar in alhoewel ik er een hekel aan heb, omdat je middenin de stad ligt met verkeer om je heen en bloedheet. Ik moet persen om in de box te komen, de stootkussens gaan helemaal plat. Om te kunnen douchen of elektra te krijgen moet je helemaal naar het havenkantoor op de sluis om munten te halen, ik denk er niet aan. Een oude man helpt me bij het aanleggen en als hij hoort dat ik de Golf van Biskaje ben overgestoken, zegt hij: ‘Doodsverachting!’ Deze 83 jarige man uit Antwerpen die in de haven als stuwadoor heeft gewerkt en zijn 82 jaar oude vrouw gaan een rol spelen in mijn boek. Het was warm en typisch Vlaams op hun motorboot. Maar de Belgen aan de andere kant van me deden ook hun best vriendelijk te zijn. En toen ik wegvoer gaven we elkaar een hand en wensten het beste. Toch blij dat ik in het dok met vlak achter me de enorme driemaster ben gevaren. Tussen de huizen is er geen wind en de zon brandde genadeloos op me, dus ik was blij de volgende dag weer op zee te zijn.
Ook op zee was het ontzettend druk. Bij het oversteken van de drukke havenmond van Zeebrugge telde ik tien zeiljachten, een containerschip, een Noorse oorlogsbodem, een zandzuiger en een kustvaarder om me heen. Op het scherm met AIS tekens lijkt het wel kermis. De Verkeerscentrale antwoordde me ook kortaf, er was geen beginnen aan om aan jachten informatie te geven over binnenlopende of uitvarende schepen. Je moest het zelf maar uitzoeken of je voor of achter een schip langs gaat. Hier kreeg ik de stroom mee en tot mijn verbazing maakte ik meer dan achtig knopen over de grond de Westerschelde in. Zeeland begon we meer te bekoren. Aan de overkant zie je de boulevard van Vlissingen, de mooiste boulevard van Europa, de grote schepen om je heen, de loodsboten die af en aan varen de snelle nieuwe veerboot Breskens-Vlissingen. Zeeland doet me altijd goed. Er kwam een gevoel van dankbaarheid over me heen. Ongelofelijk dat ik het heb gehaald en alles goed is gegaan. Ik kreeg een ligplaats en kon nu eindelijk de was doen en het schip klaarmaken voor de komst van Wil overmorgen. En toen hoorde ik iets dat ik in tijden niet gehoord had: tikken op het kajuitdak: dikke regendruppels. Welkom in Holland!
|